Acht tips voor een succesvolle lobby richting talloze steden

 

Door Tino Wallaart

In 2010 besloot het kabinet Rutte-I het natuurbeleid over te dragen aan de provincies. Staatssecretaris Henk Bleker legde de basis voor deze operatie. Zijn belangrijkste doel was een fikse bezuiniging door te voeren: aanvankelijk zou 75 procent van het budget weggesneden worden.

Er zat een zekere logica in de decentralisatie. Rijk en provincies maakten allebei volop beleid en het zou efficiënter worden alles bij één bestuurslaag te leggen. Daarnaast zagen veel mensen in ondernemend Nederland de operatie als een buitenkansje om de natuurbeweging in toom te krijgen. In plaats van zich te wenden tot het ene ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselvoorziening moesten de groene organisaties nu hun hindermacht zien uit te oefenen in twaalf provinciesteden. Zoals de Amerikaanse president Truman ooit al zei: if you can’t convince them, confuse them.

Tijdens een overleg over de uitvoering van het natuurakkoord stak een vertegenwoordiger van een werknemersorganisatie de vinger in de lucht. ‘Maar staatssecretaris,’ vroeg hij bedremmeld. ‘Betekent dit dat we straks aan de ene oever van de IJssel andere regels hebben dan aan de andere?’

Het natuurbeleid is slechts één van de vele beleidsterreinen waarvoor de verantwoordelijkheid de afgelopen jaren verschoven is naar lagere overheden. Jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning, de bijstand en het omgevingsrecht zijn voorbeelden van andere - vaak veel complexere - decentralisaties.

Voor lobbyisten lijkt dit een feest: meer beslissers, meer ingangen, meer mogelijkheden om invloed uit te oefenen. Maar het heeft het vak van public affairs ook ingewikkelder gemaakt. Had je vroeger één loket in Den Haag, nu moet de boodschap onder de aandacht gebracht worden bij twaalf provincies, 388 gemeentes, vele bestuurscommissies (stadsdelen, deelraden en dorpscommissies), de G4, de G32, 25 veiligheidsregio’s, bijna 40 OV-concessiegebieden, enzovoort.

Decentralisatie is een regelrechte ramp voor lobbyisten die werken op basis van hun netwerk van contacten. De leden van een vaste Kamercommissie en een enkele beleidsambtenaar op een ministerie kun je nog onderhouden met een regelmatige lunch of koffie-afspraak, maar kom daar maar eens om in pakweg de tien grootste steden. Ook basale zaken als de online informatievoorziening zijn lastiger. Waar officiële stukken toch redelijk overzichtelijk te vinden zijn in ‘Den Haag’ hanteren gemeenten en provincies weer ieder hun eigen systeem - waarvan de toegankelijkheid sterk verschilt. Dan is er ook nog eens sprake van een ander slag gekozen volksvertegenwoordigers: waar de Tweede Kamer bevolkt wordt door fulltime professionals, moeten de raden het met welwillende amateurpolitici doen - iets wat vooral op het provinciale niveau zorgt voor een gebrek aan tijd en aandacht voor de lobby. Een andere handicap vormen de soms gebrekkige lokale of regionale media, die het opvoeren van externe druk vaak lastig maken.

Geconfronteerd met de versnippering van de lobby-opgave, worstelen organisaties met nieuwe problemen. Hoe vinden we de weg in dit woud? Waar moeten we op welk moment zijn? Hoe kunnen we x gemeentes, y provincies of z regio’s tegelijkertijd effectief en efficiënt benaderen? Kort en goed: hoe stellen we de juiste prioriteiten?

Een eenduidig antwoord op deze vraag is niet te geven. In de meeste gevallen is het handwerk. Daarbij kunnen de volgende acht vuistregels behulpzaam zijn.

1. Selecteer

Dat iets in alle gemeenten speelt betekent niet automatisch dat het overal even belangrijk is. Daarom kan het helpen om criteria te bedenken waaraan de plaats moet voldoen die het best aansluit bij de organisatie.

Vaak zullen dit gemeenten in een regio, groter dan honderdduizend inwoners of met een grote specifieke doelgroep van de organisatie zijn.

2. Aggregeer

Nederland telt op dit moment 388 gemeenten. Ze zijn er in alle soorten en maten. Op veel beleidsterreinen werken ze intensief samen. De taken dragen ze dan over aan zogenaamde gemeenschappelijke regelingen.

Van deze samenwerkingsverbanden zijn er ruim 500 in Nederland. Van veiligheidsregio’s tot recreatieschappen, van OV-concessiegebieden tot de muziekschool van de streek. Meestal worden deze gemeenschappelijke regelingen bestuurd door een light-variant van de aangesloten gemeenteraden. Een wethouder coördineert en een dwarsdoorsnede van de raadsleden wordt afgevaardigd om te controleren.

Hoe vaag soms ook, deze organen vergaderen, produceren stukken en nemen besluiten. Ze vallen dus te beïnvloeden. Het voordeel is dat je niet alle gemeenten in de regio hoeft te benaderen.

https://data.overheid.nl/data/dataset/gemeenschappelijke-regelingen

3. Neem een deel voor het geheel

Soms kan een sterke, zichtbare actie richting een enkele stad grote uitstraling hebben richting andere gemeenten. Een succesvol experiment dat plaatselijk uitgevoerd is of een lokale zaak die de gemoederen in de media bezighoudt bijvoorbeeld.

In die gevallen kan het zinnig zijn om alle registers open te trekken in die ene gemeente. Deel de informatie vervolgens proactief te delen met gemeenten waarvan je verwachten kunt dat ze met vergelijkbare problematiek te maken krijgen. Een kleine moeite die zich dubbel en dwars terugbetaalt als de kwestie in één van die andere steden opduikt.

4. Nationaliseer

Decentralisatie betekent niet dat het landelijk loket definitief gesloten is. Het Binnenhof blijft altijd een wakend oog hebben voor lokale kwesties, ook voor kwesties waarover ze conform eigen besluit niet meer gaan. Zo kunnen plaatselijke beslissers ‘van bovenaf’ onder druk gezet worden.

Het beste voorbeeld van deze benadering is het stellen van schriftelijke of mondelinge vragen door de Tweede Kamer. Wie dagelijks de nieuw ingediende vragen bekijkt, zal al snel constateren dat bijna alle vragen over lokale incidenten gaan - vaak over kwesties waarover de Kamer niet gaat. Aandacht voor de kwestie in een landelijke krant of uitzending is vaak de aanleiding.

Overigens hoeft het nationaliseren van de lokale lobby niet perse incidentgedreven te zijn. Het is ook mogelijk om ministeries in beweging te krijgen. De decentralisatie van het beleid is de laatste jaren hand in hand gegaan met het afsluiten van allerlei ‘deals’ door de Rijksoverheid: green deals en city deals bijvoorbeeld. Daarbij worden rond thema’s gelegenheidscoalities gesloten.

5. Rangschik

Feiten en cijfers hebben de neiging gerelativeerd te worden door bestuurders en politici. Rankings daarentegen maken iedereen nerveus. Het kan daarom goed werken een ranglijst te presenteren die aanzet tot actie: de gemeenten met het minste groen per vierkante meter, het hoogste aantal kinderen zonder zwemdiploma of het laagste aantal muziekleraren per hoofd van de bevolking.

Het maken van dit soort vergelijkend onderzoek kost vaak tijd en geld. Maar heel veel informatie is vrij beschikbaar. Bijvoorbeeld in de database Statline van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Hier kan iedereen per thema feiten en cijfers per gemeente opzoeken.

http://statline.cbs.nl/Statweb/

6. Benut de partijlijn

In - landelijke - politieke partijen bestaan vaak actieve netwerken van lokale politici. Soms gaat dat via actieve bestuurdersvereniging, soms zijn er thematische werkgroepen die regelmatig bijeenkomen, nieuwsbrieven verspreiden of congressen voorbereiden. Het kan nuttig zijn deze netwerken in kaart te brengen en te benaderen.

Vaak is de bevoegdheid van deze netwerken beperkt, hun procedures zijn vrijwel altijd weinig vast omrand. Maar er zijn situaties waarin ze van grote invloed kunnen zijn. Bijvoorbeeld als lokale en provinciale afdelingen hun verkiezingsprogramma’s gaan opstellen. Een uitgelezen moment voor het thematische netwerk om de programmacommissies te benaderen met suggesties.

7. Digitaliseer

Een geslaagde lobby is een transparante lobby. Het lijkt een open deur, maar zet alle publicaties, brieven en position papers online. Want als een organisatie niet iedereen kan bereiken, zorg dan dat iedereen de organisatie kan bereiken.

8. Modelleer

‘Bij ons is alles anders,’ is een uitspraak die je vaak zult horen van de klassieke netwerklobbyist. Hij is immers gebaat bij een gesloten systeem met mysterieuze ongeschreven regels en onnavolgbare onderlinge relaties.

Toch verschillen de bestuurlijke circuits in de praktijk echt niet zo sterk van elkaar. De processen komen aardig overeen. Hierop kunnen organisaties die verschillende besturen moeten beïnvloeden inspelen. Een lobbybrief kan redelijk gestandaardiseerd worden: drie alinea’s algemene informatie voor alle provincies - en de vierde aanpassen voor de specifieke context van Limburg, Utrecht of Drenthe.

NOC-NSF heeft voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 en 2018 een gestandaardiseerd E-zine uitgebracht met ideeën voor verkiezingsprogrammacommissies. De lokale sportcampagneteams kunnen zich dan concentreren op de plaatselijke context.

 

Inbreng WKPA voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018

 

Geachte verkiezingsprogrammacommissie,

Met deze brief wil Wallaart & Kusse Public Affairs aandacht vragen voor een eerlijke lokale lobby. Wij zijn het eerste public affairs bureau dat lid is van Transparency International Nederland (TI-NL). Aangezien de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur staan, geven wij u graag de volgende inbreng mee voor het verkiezingsprogramma. Het is namelijk in het belang van de inwoners van uw stad dat lokale politieke partijen zich gaan zetten voor een transparante en toegankelijke lobby.

Op landelijk niveau was er aandacht voor eerlijke lobby dankzij de initiatiefnota ‘Lobby in daglicht’ van Kamerleden Bouwmeester & Oosenbrug. In de gemeenten staat het onderwerp echter nog amper op de agenda. Lobby is een belangrijk onderdeel van een functionerend democratisch bestel, maar alleen wanneer het gemeentebestuur toegankelijk is voor iedereen die zijn of haar belang onder de aandacht wil brengen.

WKPA vindt dat alle inwoners een eerlijke, gelijke kans verdienen op beïnvloeding. Niet alleen professionele lobbyisten behoren toegang te krijgen tot wethouders en ambtenaren. Ook de input van minder gevestigde belangen, burgerinitiatieven of een minder kapitaalkrachtige organisaties, moet worden meegenomen. Het komt de kwaliteit van en het draagvlak voor lokaal beleid ten goede als alle belangen goed afgewogen worden in een veelzijdige consultatie. Bovendien maakt gelijke toegang het makkelijker voor inwoners om betrokken te zijn bij het bestuur van hun stad.

Die gelijke toegang is geen vanzelfsprekendheid. De gemeente moet zich actief inzetten om het lokale bestuur en haar processen zo toegankelijk en inzichtelijk mogelijk te maken. Inwoners moeten ruim van te voren actief geïnformeerd worden over inspraakmogelijkheden. Maak het daarom makkelijk voor individuele burgers en organisaties om bijtijds een zienswijze over plannen of voorstellen in te dienen. Hiervoor moeten directe contactgegevens van betrokken ambtenaren, raadsleden en wethouders in een oogopslag te vinden zijn. Bijvoorbeeld door ze standaard te vermelden op documenten en publicaties van een bepaald dossier. Het gemeentebestuur moet achteraf laten weten met welke groepen zij heeft gesproken in een consultatieproces. Zo wordt inzichtelijk gemaakt hoe belangen zijn gewogen.

Onze vijf concrete suggesties:

  1. Maak de agenda’s van burgemeester en wethouders openbaar.

  2. Zorg voor een ‘lobbyparagraaf’ bij alle belangrijke besluiten van het college. Hieruit moet duidelijk worden hoe belangen zijn gewogen: met welke belangengroepen heeft de wethouder contact gehad bij wijze van consultatie?

  3. Websites van gemeenten moeten écht toegankelijk zijn voor burgers. Laat hen niet eindeloos doorklikken voordat ze bij stukken komen die in de raad worden behandeld. Zorg dat inspraakmomenten- en procedures direct te vinden zijn.

  4. Experimenteer met laagdrempelige inspraakprocedures. Geef burgers bijvoorbeeld de gelegenheid om via een teleconference verbinding de gemeenteraad toe te spreken.

  5. Zet de ‘gemeentelijke staatsalmanak’ online. Maak voor iedereen inzichtelijk welke gemeentelijke afdeling waarover gaat. Maak rechtstreekse zakelijke contactgegevens van de behandelend ambtenaren en contactpersonen openbaar.

Hopelijk overweegt jullie partij om bovenstaande voorstellen op te nemen in jullie verkiezingsprogramma, opdat we met z’n allen zorgen voor eerlijkere lokale lobby. Voor vragen zijn wij bereikbaar via info@wkpa.nl.

Met vriendelijke groet,
Tino Wallaart en Myrthe Kusse

 

 

Goed doen wat je goed kan: succes als lobby strategie

 

Door Zita Pels

Een boerderij in een nieuwbouwwijk

De Boerderij op IJburg is een buurtinitiatief ontstaan vanuit de wens om een kinder- en buurtboerderij in de kinderrijke nieuwbouwwijk IJburg te krijgen. In 2014 kreeg de stichting een tijdelijke vergunning voor twee jaar om de Boerderij op te zetten. We zijn begonnen met een schuur, een paddock en vier pony’s. Inmiddels wonen er 13 pony’s, 2 konijnen, 2 varkens, 4 kippen, 5 cavia’s, 2 geiten, 2 bijenvolken en een grote bak vol compostwormen op de Boerderij. Daarnaast zijn er faciliteiten gemaakt voor paardrijlessen en speelvoorzieningen. Sinds de start is niet alleen het aantal dieren gegroeid, maar is ook ons programma steeds verder ontwikkeld en zorgen wij samen met vrijwilligers, personeel en onze dieren er dagelijks voor dat kinderen kunnen genieten van buiten spelen, kennis kunnen maken met dieren, paardrijlessen kunnen volgen en meedoen aan vakantiekampen. Voor kinderen met een zorgvraag hebben wij speciale activiteiten, waaronder speelochtenden voor kinderen met autisme en bezoeken door kinderen met een meervoudige beperking. Ook voor volwassenen met een zorgvraag hebben we mogelijkheden, zoals dagbesteding. Inmiddels is het zo dat jaarlijks 50.000 mensen de Boerderij bezoeken, wekelijks 250 kinderen nemen deel aan onze lessen en hebben al meer dan 1000 kinderen deelgenomen aan de lessen in twee jaar waaronder 200 kinderen via de Stadspas en het Jeugdsportfonds. De organisatie achter de Boerderij op IJburg is een stichting. We ontvangen geen structurele subsidie en zijn dus afhankelijk van eigen inkomsten, voornamelijk van deelnemers aan de lessen.

Van tijdelijk project naar onmisbaar onderdeel van de wijk

De Boerderij begon als een breed gedragen buurtinitiatief. Vele buurtbewoners hebben meegeholpen aan de bouw van de schuur waarin we schuilen tegen slecht weer en het hekwerk voor de dierverblijven. Waar we begonnen met enkele lessen, groeiden we binnen twee maanden uit naar een lesaanbod op zes dagen per week. Er was veel vraag naar de activiteiten van de Boerderij waardoor na een half jaar werd uitgebreid zodat andere dieren konden worden gehuisvest en er paardrijles kon worden aangeboden. Ook daar bleek veel vraag naar. De buurt steunde de Boerderij niet alleen als leuk buurtinitiatief, maar werd ook afnemer van het aanbod wat de Boerderij verder versterkte. Het maakte de Boerderij onafhankelijk van subsidies, en daarmee onafhankelijk van de gemeente. Deze steun uit de buurt bleek van essentieel belang. Slechts een jaar na onze start hoorde we via via dat eerdere plannen voor een vrije aanbesteding van de kavel waar wij tijdelijk mochten zitten van tafel was en er op “onze” kavel een tennishal gebouwd zou worden. Dit was strijdig met de eerdere toezegging van een gelijke kans in een aanbesteding. Wij, maar ook de buurt, begrepen niet hoe dit kon nadat de Boerderij zo een succesvolle start had gekend en een breed draagvlak bleek te hebben. We hebben vervolgens een petitie gestart die door meer dan 3500 mensen werd ondertekend. Er was veel aandacht vanuit de landelijke en lokale pers. Een gesprek met de wethouder volgde én een toezegging om te onderzoeken wat de mogelijkheden zouden zijn om de Boerderij op een andere locatie voort te zetten. De steun uit de buurt, de brieven die bewoners naar de gemeenteraad stuurden en de grote hoeveelheid handtekeningen zorgden ervoor dat wij ruggensteun hadden terwijl wij tegelijkertijd niet afhankelijk hoefde te zijn van subsidie van dezelfde gemeente die ons op dat moment het liefst zag verdwijnen ten behoeve van de te bouwen tennishal. Een lang proces met veel overleg met de gemeente volgde. Na anderhalf jaar leek de uitkomst negatief te zijn: in de wijk was geen plek en de gemeente wilde niet bijdragen aan de vestiging van de Boerderij op een locatie net buiten de stadsgrens.

Succes als strategie

Tijdens het proces en de onderhandelingen met de gemeente groeide de Boerderij door. De organisatie professionaliseerde, het aanbod werd volledig beschikbaar gemaakt voor kinderen in armoede en we maakten vlieguren in wat we goed kunnen: mensen met elkaar verbinden via dieren en natuur. Niet alleen de impact op de wijk werd groter, maar ook op de gehele stad. Het verhaal van de Boerderij rijkte steeds verder de andere buurten in waardoor het verzorgingsgebied maar ook het belang van het behoud van de Boerderij toenam. Dat zorgde ervoor dat de positie van de Boerderij ten opzichte van de politiek verstevigde. Toen de onderhandelingen op een negatieve uitkomst afstevende en de tijd tot het einde van de lopende vergunning steeds dichterbij besloten wij in te spreken bij de verschillende commissies die van toepassing waren voor de Boerderij. In deze commissies spraken we in waarbij we vooral de successen van de Boerderij naar voren brachten en we met humor de oproep deden aan de commissieleden om ons te helpen en aan de wethouder te vragen voor de Boerderij te strijden. Dit zorgde voor unanieme steun in de commissies waarbij verschillende partijen hun steun toelichtte en het belang van de Boerderij benadrukte. Dit zorgde ervoor dat er een positief klimaat ontstond, ook voor de wethouder, om aan een toekomst voor de Boerderij te werken. Dit zorgde ervoor dat er snel een gesprek volgde waarin er met de wethouder een akkoord werd gesloten over de plek en een bijdrage aan de nieuwe locatie.

 

Vrijwilligers leren lokaal lobbyen voor PBG

 

NIEUWEGEIN – Terwijl politiek Den Haag verwoede pogingen doet te formeren, zijn lokale politici alweer druk met de voorbereidingen voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2018. Daarmee klinkt tevens het startschot voor organisaties om flink te gaan lobbyen. Dat geldt ook voor de vrijwillige ambassadeurs van de belangenvereniging Per Saldo, dat opkomt voor mensen met een Persoonsgebonden Budget (PGB). Maar succesvol lobbyen, hoe doe je dat eigenlijk? Dat leerden de vrijwilligers op 27 juni tijdens een training van Lobby Lokaal.

2017 06 28 per saldo kopie.jpg

De vrijwillige ambassadeurs van Per Saldo zijn zelf budgethouder of hebben iemand in hun directe omgeving die zich in deze positie bevindt. Zij weten dan ook als geen ander wat de belangen van budgethouders zijn. “De vraag is alleen wat de beste manier is om te lobbyen en wanneer dit moet gebeuren, vooral met het oog op de aankomende verkiezingen”, vertelt belangenbehartiger Silke Kuijpers van Per Saldo. Reden genoeg voor de vereniging om de hulp in te schakelen van Lobby Lokaal, een nieuw initiatief dat lobbyen op lokaal niveau voor iedereen mogelijk wil maken.

Lobby Lokaal is een initiatief van Mara van Waveren van lobbykantoor Wallaart & Kusse Public Affairs (WKPA). Van Waveren: “Lobbyen kan bijdragen aan het nemen van juiste beslissingen, maar alleen als iedereen de mogelijkheid heeft om te lobbyen. Er zijn mensen, organisaties en initiatieven die minder toegang hebben tot de lobby. Dit komt door een gebrek aan kennis, tijd en geld. Terwijl ook die belangen heel belangrijk zijn voor het maken van een goede afweging. Lobby Lokaal helpt deze groepen om hun stem te laten horen.”

Met een gratis lobbytraining zijn de vrijwillige ambassadeurs van Per Saldo klaargestoomd om hun lobby in de gemeente te beginnen. Ze weten nu precies hoe ze een goede kernboodschap moeten maken en ze zijn op de hoogte van de verschillende lobbystijlen die voorhanden zijn. Ook gingen ze in gesprek met het Utrechtse raadslid Maarten Koning over manieren om de gemeente te benaderen. “De vrijwilligers hebben snel de neiging met tal van casussen te komen, maar voor ons is het vooral belangrijk te zien wat het grotere probleem is”, vertelt Maarten. “Je impact is groter wanneer je niet alleen met voorbeelden uit de praktijk komt maar ook kan aantonen welk probleem hierachter schuilgaat.”

Voor de vrijwillige ambassadeurs was het een inspirerende dag. Ook voor vrijwilligster Ina Jansen, die door de training weet wat haar volgende stap zal zijn in haar lokale lobby-campagne voor budgethouders. “Ik ga binnenkort aanschuiven bij een raadsvergadering van mijn gemeente en eens goed luisteren naar de raadsleden”, licht Ina toe. Daarmee hoopt ze nieuwe contacten te leggen die haar uiteindelijk verder helpen om de positie van de budgethouder in de gemeente te verbeteren. 

 

In een staat van verwarring

 

Door Pieter Veldhuizen 

Wees niet bang. Het gaat prima met WKPA. Wel moesten we even bijkomen van een recent bezoek aan België met enkele opdrachtgevers, zowel fysiek als mentaal. 

De taalstrijd, de economische divergentie, de staatsinrichting: van buiten denken wij in Nederland wel het een en ander te weten van onze zuiderburen. Niets bleek minder waar. Het is namelijk nog veel gecompliceerder dan wij dachten. 

Een sprekend voorbeeld is de discussie rondom de geluidshinder van Zaventem, de nationale luchthaven, waarin de Federale, Vlaamse en Brusselse regering lijnrecht tegenover elkaar staan. Lees hier een prachtige historiek van een decennialang voortdurend politiek conflict waarin werkelijk alles voorbij komt. Van botsende belangen tussen milieu en werkgelegenheid tot een verhitte juridische strijd.

Enfin, en toen was het voorgerecht nog niet eens geserveerd op donderdagavond. Verschillende sprekers, waaronder Stefaan Fiers en Dries Holvoet maakten voor ons de ingewikkelde politieke context van België een stuk behapbaarder.  

Een paar nieuwe inzichten: ministers worden ondersteund door een uitgebreid kabinet, veel groter dan de bontkraag van politiek assistenten en woordvoerders die wij kennen bij bewindspersonen. Raadgevers, koks en medewerkers externe relaties, in België bestaat een hele politiek benoemde tussenlaag tussen ambtenarij en minister. 

En wat te denken van de invloedrijke partijkantoorbaronnen? In Nederland toch een vrij beperkt gezelschap dat, op een enkele lobby voor een verkiezingsprogramma na, amper bezoek krijgt van lobbyisten achter de statige gevels. Maar in België dus dé plek om te beginnen met uw lobby. 

Dubbelmandaten zijn ook niet weg te denken uit de Belgische politiek. Uw burgemeester zou zo ook maar Federaal Parlementslid kunnen zijn, naar Frans model. Wat betreft verkiezingen wordt vanuit de Belgische Kiesraad ook rekening gehouden met spreiding van kandidaten. Elke regio wordt dus naar rato vertegenwoordigd. Wellicht een inspiratie voor Nederland waarin regionale vertegenwoordiging nog wel eens ter discussie staat. Om maar te zwijgen over een eventueel districtenstelsel….

Mocht u nou meer willen weten over België of in contact willen komen met relevante stakeholders aldaar, schroom niet WKPA te benaderen. Wij kunnen u op maat meenemen in dit complexe, maar interessante speelveld.

Zoals een goede vriend van mij, zelfverklaard NederBelg, tijdens het bezoek zei: “België is een bizar land, maar o zo heerlijk.” Ik denk dat dit het wel goed samenvat.

Om maar in het Engels af te sluiten (we willen de taalstrijd niet verder aanwakkeren): we’re still confused, but on a much higher level.