In Interview, Nieuws

Door Mette Vreeken

Provincies worden weliswaar vertegenwoordigd door het IPO, maar elke provincie heeft ook eigen lobbyisten in dienst. Al schipperend tussen de provincie en Den Haag behartigen zij de belangen van hun landsdeel. Monique Schumans is een van hen. Zij lobbyt namens de provincies Overijssel en Gelderland in Den Haag.

Lobbyen voor twee provincies

Is dat niet lastig, voor twee provincies lobbyen? “Nee, want 95 procent van de onderwerpen verschillen nauwelijks tussen de provincies”, antwoordt Monique. “En sommige onderwerpen spelen wel in de ene, maar niet in de andere provincie. Onlangs werd er in Den Haag een motie omtrent wonen ingediend, waar de Gedeputeerde in Overijssel zich in kon vinden maar de collega in Gelderland niet. Dan is het makkelijk, dan kun je gewoon even niets doen.”

Omdat de Commissaris van de Koning doorgaans lobbyen in de portefeuille heeft, spreekt Monique maandelijks met de twee Commissarissen. Verdere invulling van de lobby gebeurt in samenspraak met inhoudelijke collega’s en de Gedeputeerden.  

Samenwerking tussen provincies

Monique werkt regelmatig samen met lobbyisten van andere provincies, maar de belangen zijn niet altijd hetzelfde. “Soms ben je elkaars concurrent en soms ben je elkaars bondgenoot.” Ook in IPO-verband is er regelmatig contact en elke provinciale-lobbyist heeft eigen dossiers. Zo is Monique samen met de lobbyisten van Zuid-Holland en Flevoland verantwoordelijk voor het dossier Energie. Zij zetten zich dus samen in voor de Energielobby in Den Haag, namens het IPO.

”Soms zijn er dossiers waar iedereen een gedeeld belang heeft; op zo’n moment kun je snel schakelen”, vertelt Monique. “Maar soms heb je geen gedeelde belangen of heb je geen tijd om hierop te wachten. Dan moet je als provincie je eigen weg gaan. Het is dan wel belangrijk om andere bondgenoten te zoeken”. Energie, natuur en landschap – dat zijn volgens Monique bij uitstek onderwerpen waarvoor provincies gezamenlijk kunnen optrekken.

Lobbyen bij de lobbyist

Wordt de lobbyist zelf ook weleens belobbyd? “Heel weinig! Dat ik vind ik heel verrassend.” Monique vertelt dat de gemeente en samenwerkingsverbanden haar wel weten te vinden, om gezamenlijk te lobbyen. Landelijke natuurorganisaties kennen haar ook, maar opmerkelijk genoeg geldt dat niet voor regionale natuurorganisaties. “Met de Haagse lobbyist heb ik wel contact, maar in de regio is dat contact er eigenlijk niet”. Partijen die echt iets van de provincie willen benaderen Monique niet snel. “Ze weten de provincie misschien niet zo goed te vinden, onbekend maakt onbemind. Dat blijft me toch verbazen.”

Als organisatie hoef je niet bij Monique aan te komen met alleen het verhaal dat je een geweldig idee hebt en daar geld voor wilt. “Zo werkt het niet .” Volgens Monique werkt het beter als je een aanbod doet waar je gezamenlijk baat bij hebt. “Dan heb je een ander verhaal”. Sommige thema’s lijken op het eerste gezicht niet bij het takenpakket van de provincie te passen. “Regionale ziekenhuizen, bijvoorbeeld. Op het eerste gezicht horen die niet bij de core business van de provincie”, vertelt Monique. “Maar ziekenhuizen vergroten de leefbaarheid van de provincie en dat vindt de provincie wel weer belangrijk.” Als je bepaalde onderwerpen aan elkaar verbindt kan het dus zomaar interessant worden voor de provincie.

Het belang van regio-deals

Regelmatig worden de handen ineen geslagen om te lobbyen in Den Haag. Zo hebben het IPO, de VNG en de Unie van Waterschappen gezamenlijk gelobbyd in Den Haag, “om een energietransitie met regionale verankering te krijgen”. Dat is gelukt. Ook provincies zoeken elkaar op om het belang van de provincie landelijk op de kaart te zetten.  “Met zes provincies die aan de randen van Nederland liggen hebben we gelobbyd om meer aandacht voor de regio in het regeerakkoord te krijgen”. Want, Nederland is groter dan de Randstad. Het resultaat is dat de regio zo’n 74 keer in het regeerakkoord terugkomt. Het hielp dat het CDA hier hetzelfde over dacht en besloot hier een speerpunt van te maken.

In het regeerakkoord zijn vervolgens zogenaamde regio-deals aangekondigd – regio’s konden aanspraak maken op zo’n 950 miljoen euro. Die deals houden provincies en regionale bestuurders volgens Monique aardig bezig. “In de regio kijken wij wat we samen kunnen oppakken en wat we voor elkaar kunnen betekenen.” Hoewel regio Oost bij de eerste tranche niet in de prijzen valt, zijn de verwachtingen voor de tweede ronde hoog. “In de Achterhoek is hard samengewerkt tussen gemeenten, onderwijsinstellingen en ondernemers.” En jawel – kort na dit interview blijkt dat Den Haag heeft ingestemd met drie regio Deals uit de regio Oost en hier in totaal 70 miljoen voor uittrekt. Toch een geslaagde lobby.

De lastige rol van een provincie

De provincie heeft het niet altijd even makkelijk als het vaak vergeten middenbestuur. De opgaven waar provincies voor staan zijn steeds complexer geworden. “Vroeger kon je nog heel simpel een weg aanleggen: je keek naar de beste technische oplossing en dat was het dan. Tegenwoordig spelen er steeds meer belangen. Dat is overigens geheel terecht.”

De energietransitie is een voorbeeld van zo’n lastig traject. Volgens Monique kun je dit niet alleen aanpakken. “Niet als bestuurslaag, of overheid; je hebt verschillende partijen nodig. Je moet als overheid gewoon veel meer extern gericht zijn.” Samenwerking tussen bestuurslagen en partners zoals universiteiten en het bedrijfsleven wordt steeds belangrijker. “In het oosten heb je de verbindende factor van de provincie nodig”, stelt Monique. Bijvoorbeeld in Food Valley, daarin wordt door verschillende instanties hard samengewerkt om jong en oud bij voeding te betrekken.”

Gelukkig hebben de oostelijke provincies volgens Monique een goede naam in Den Haag. “Ze staan erom bekend dat ze niet zo hoog van de toren blazen.” Als er dan iets op provinciaal niveau speelt, hebben Kamerleden sneller de neiging om hier aandacht aan te besteden. De keerzijde? Af en toe is het oosten weer wat té bescheiden. “Vanuit Den Haag is er een ontzettende gunfactor.” Daar kan Monique zich goed in vinden. “Ik hou van deze twee landsdelen. De mensen zijn eerlijk en er worden gewoon prachtig mooie dingen gedaan”.