In Interview, Nieuws, Provincie

Foto: © Fedde Boskma 

Filosoof en journalist Karel Smouter (35) waagt het erop deze winter: voor De Correspondent gaat hij deze maanden door het leven als ‘correspondent Provinciale Staten’. Dat klinkt alsof de voormalig adjunct-hoofdredacteur het kortste strootje trok bij een redactievergadering, maar niets is minder waar: Smouter wilde zelf de provincie in duiken en pitchte dat idee met succes bij zijn redactiecollega’s. Wietse Jelles sprak met hem.

De provincie staat precies tussen de leefomgeving dichtbij huis (gemeente) en grote lijnen van het landsbelang in. Je zou kunnen stellen dat het daarmee de minst sexy bestuurslaag is. Waarom kies je uitgerekend daarover te schrijven?

Waarom? Dit raakt aan waarom ik journalist wilde zijn. Eerder schreef ik ook over de gemeenteraadsverkiezingen. Ik wil de burger helpen bij zijn taak als kiezer. Ik zie in het dagelijks leven dat media eerder een slechte dan goede rol spelen bij de provinciale verkiezingen. Ga maar na: ze organiseren debatten met alleen maar landelijke lijsttrekkers. En er verschijnen vooral plichtmatige stukjes rond de verkiezingen. Ik wil het anders aanpakken, de onderliggende vraag stellen: wat doen die Statenleden eigenlijk? En veel belangrijker: waar mogen we ze straks op afrekenen? Is er eigenlijk sprake van eenzelfde politieke strijd in de provincie, die we in de gemeenteraden en ons parlement zien?

En? Is die strijd er?

Absoluut, maar het gaat er heel anders aan toe. De strijd die er is gaat vooral over details. Op de grote lijnen is er verrassend veel consensus. Laatst was ik in het Provinciehuis van Gelderland, bij een debat over duurzaamheid. Daar stond een Gelders VVD-Statenlid het felst te betogen – in het voordeel van duurzaamheid! In die zin lijkt de provincie soms minder politiek.

Dat is ook meteen het probleem voor de gemiddelde journalist: consensus maakt het ingewikkeld om er aandacht aan te besteden. De pers werkt doorgaans conflict-gedreven. Zoek maar eens nieuws over Statenleden of Gedeputeerden. Die komen alleen in het nieuws als er een conflict is, als ze opstappen of als ze ergens niet komen opdagen. Ik zie mezelf echter als pleitbezorger van ‘constructieve journalistiek’: geen verhalen over de sensatie van conflict, maar verhalen over alledaagse realiteiten.

Heeft de kiezer daar iets aan?

Absoluut. De provincie gaat over meer essentiële of dichtbij staande zaken dan veel burgers beseffen. Ze speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol in de energietransitie. Of droogte en water – daar hebben kiezers na afgelopen zomer wel een beeld bij. En in Gelderland staat een papierfabriek, die voor stank- en milieuoverlast zorgt, waardoor de provincie het verwijt krijgt aan de hand van de industrie te lopen. En nog zo één: vorige maand publiceerde ik een stuk over vuurwerkbeleid, daarin stellen provincies zich heel verschillend op.

En wat veel mensen niet weten: de provincies hebben heel veel geld te verdelen. Het zou veel mensen helpen dan om een weg door het oerwoud van subsidies te kunnen vinden. Er zijn nogal wat provinciale potjes die niet gebruikt worden.

Dan moeten burgers wel begrijpen wat er gaande is in het Provinciehuis.

Zeker. Qua transparantie is er nog een behoorlijke slag te slaan. Je moet echt goed kunnen googlen op zoektermen als ‘budgetraming Q4.pdf’, wil je op een gegeven moment wegwijs worden in  de provinciale procedures en financiën.

Je spreekt deze maanden regelmatig met Statenleden. Kunnen die daar niet in helpen? Zijn Statenleden goed te bereiken voor burgers?

Als ik één ding merk, is het dat Statenleden graag de telefoon opnemen. Helemaal als er een journalist belt trouwens. De grap is dat veel Statenleden gewoon hun telefoonnummer op de website van de provincie hebben staan. Maar ze worden nauwelijks gebeld.

Het ingewikkelde is dat Statenleden vooral een controlerende functie hebben. Ik heb er nu al een behoorlijk aantal gesproken gesproken, en ze hebben allemaal één probleem in dat controleren: tijdgebrek. Zo sprak ik met mensen van de Rekenkamer Oost (Gelderland en Overijssel): zij zijn een beetje de kennis-database van Statenleden. Ze voeren per jaar vier of vijf onderzoeken uit voor de Provinciale Staten, met meestal maar zes of zeven man. En als er verkiezingen zijn geweest, is vaak de helft van de Statenleden vertrokken en vervangen door nieuwelingen, die allemaal moeten worden ingewerkt. Dan komt zo’n Rekenkamer letterlijk naar het Provinciehuis. Ik sprak een keer een Statenlid die bijna een jaar nodig had om een beetje te begrijpen waar het over ging. Statenleden hebben die hulp dus echt nodig.

Zijn Statenleden dan wel bij machte om de Gedeputeerden te controleren?

Ik krijg de indruk dat Statenleden die er echt lang zitten, wel enige macht hebben. Zelfs als ze in de oppositie zitten. Tot 2003 was het echt een stuk saaier wat dat betreft. Ten eerste omdat altijd dezelfde partijen de macht hadden, daar is nu een bres in geslagen. Partijen als D66 en ChristenUnie zijn nu meer aanwezig. En ten tweede omdat sinds 2003 het systeem dualistisch is – daarvoor liepen bestuur en controle door elkaar: Gedeputeerden waren ook Statenlid.

Dat begint nu vruchten af te werpen, daar zit ontwikkeling in. Voor mij is de uitdaging om daar grip op te krijgen. Al sta ik daar gelukkig niet alleen in: meer journalisten willen hun journalistieke verslaglegging verbeteren. Constructieve journalistiek bedrijven wordt dan weer een stukje makkelijker.