In Interview, Nieuws

Na de provinciale verkiezingen brak de tijd van formeren aan. Het blijkt steeds lastiger een college te vormen. De formatieperiode duurt in veel provincies veel langer en soms zijn er meerdere pogingen nodig om tot een college te komen. Zo ook in Noord-Holland, waar Laura Bromet, Tweede Kamerlid voor GroenLinks, het formatieproces samen met Cornelis Mooij, oud gedeputeerde van de VVD, in een tweede poging tot een goed einde wist te brengen. Wij gingen in gesprek met Bromet en vroegen haar hoe zij de rol als informateur en formateur heeft ervaren en wat de kansen zijn voor lobbyisten. 

Nek-aan-nek-race
In aanloop naar de verkiezingen ontstond een nek aan nekrace tussen Forum voor Democratie en GroenLinks in Noord-Holland. De eerste werd uiteindelijk net de grootste partij en stelde Hans Smits als informateur aan. Hij kwam al snel tot de conclusie dat de kans voor Forum voor Democratie om deel te nemen aan een coalitie te klein was. Het belangrijkste verschil tussen de partij van Thierry Baudet en de andere grote fracties in de Provinciale Staten van Noord-Holland is het klimaatbeleid. Hans Smits gaf de opdracht terug. Nu was het de beurt aan de op één na grootste partij om een college te vormen. GroenLinks deed dit in samenwerking met de VVD. Laura Bromet (GroenLinks) en Cornelis Mooij (VVD) kregen samen de eervolle taak de informerende fase tot een goed einde te brengen. 

Van aftasten naar onderhandelen
“Om erachter te komen wat de opties zijn vonden wij het belangrijk om met elke fractie apart in gesprek te gaan.” Deze gesprekken waren informerend van aard en gingen bijvoorbeeld over de gewenste coalitie of welke punten in elk geval in het coalitieakkoord moesten terugkomen. De resultaten hebben ze gepresenteerd aan de Provinciale Staten, waarna de informatiefase is afgerond. 

GroenLinks, VVD, D66 en PvdA zetten het proces gezamenlijk voort. In vergelijking met de voorgaande coalitie was er slechts één nieuwkomer, GroenLinks. “Een nieuwkomer die al die jaren tegenover die andere fracties had gestaan en logischerwijs een eigen stempel op het akkoord wilde drukken. We begonnen daarom met wat informele bijeenkomsten. Zo organiseerden we een diner en hebben de fracties geprobeerd om via een sessie met de argumentenfabriek een gezamenlijk verhaal te maken.”

Een aantal fracties vond deze informele start nogal ingewikkeld en wilde graag zo snel mogelijk echt gaan onderhandelen. “Zo ontstond de drive om te formeren pas echt toen de onderhandelingen begonnen.” Er werd vrijwel meteen afgesproken dat het coalitieakkoord alleen zou bestaan uit zaken die gingen veranderen. Om achter de kern te komen heeft Bromet een vel papier gepakt en aan iedere fractie gevraagd wat zij graag in het akkoord wilden hebben. “Na een uur stonden de gevoelige thema’s er wel op, zoals de energietransitie, het windmolenbeleid en snelwegen. Daar hebben we vervolgens uitgebreid over gesproken.”  

Meer dan honderd lobbybrieven
Belangenbehartigers willen in de formatieperiode hun belang zo goed mogelijk verwerkt zien in het coalitieakkoord. Dit deden ze onder andere door het sturen van lobbybrieven. “Er zijn meer dan honderd lobbybrieven binnen gekomen. In veel van de brieven stond dezelfde informatie die organisaties tijdens de campagne ook al hadden gedeeld, zonde. ‘‘Ik had gehoopt dat lobbyisten eens wat meer zouden meedenken. Bijvoorbeeld door te zoeken naar een manier waarop de verschillen tussen de fracties kunnen worden overbrugd op onderwerpen waar zij voor lobbyen.’’  

Vier jaar geleden werden alle organisaties die een brief hadden gestuurd uitgenodigd om een pitch van één minuut te houden. 

“Het leek mij deze keer nuttiger om lobbyisten uit te nodigen op thema’s waar moeilijkheden zitten, en ze dan te laten meepraten.”

Tijdens de formatie konden de fracties ongelimiteerd mensen uitnodigen om mee te denken en te praten over de lastige thema’s. “Zo werden er verschillende lobbyisten uitgenodigd om hun visie te delen over infrastructurele projecten en het woningbouwbeleid.” 

Daarnaast faciliteerde de provincie online-inspraak. Je kon de formerende fracties via Facebook laten weten wat jij belangrijk vond. “Een prima idee uiteraard, maar eerlijk gezegd vind ik dat je als politieke partij niks waard bent als daar verrassingen uitkomen. Als het goed is zorg je namelijk dat je de hele bestuursperiode al weet wat er speelt”

Lobbyen bij de formateur
Ook klopten er veel mensen bij de formateur aan met input voor het coalitieakkoord. “Volgens mij dachten mensen dat ik veel invloed had op de inhoud van het coalitieakkoord. Terwijl het natuurlijk de onderhandelaars zijn die de inhoudelijke afspraken maken.” Als formateur had Bromet dan ook echt de rol van spelverdeler: “Je richt je op de samenwerking tussen de fracties, geeft iedereen het woord, maar bemoeit je niet met de inhoud. Uiteraard denk je wel mee over oplossingen om bepaalde belangentegenstellingen te overbruggen.”