In Interview, Nieuws

Fotograaf: Maarten Kools

Door: Mette Vreeken

Van lobbyen naar belobbyd worden. Als voormalig voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) en oud-lobbyist van de Algemene Onderwijsbond (AOb), reisde Lisa Westerveld regelmatig af naar Den Haag en onderhield zij contact met Tweede Kamerleden. Nu zijn de rollen omgedraaid: Westerveld is sinds maart 2017 Kamerlid voor GroenLinks, heeft een werkkamer die uitkijkt op het Plein en lobbyisten die met haar willen afspreken. In de Kamer ervaart ze dat lobbyisten niet altijd begrijpen hoe ze een politicus kunnen helpen. ‘Soms kunnen ze zich beter eerst eens verdiepen in hoe een Kamerlid werkt’.

Timing
‘Weet je wat mij opvalt? Dat veel organisaties gewoon te laat zijn met hun lobby’, zegt Westerveld. ‘Ook de professionele organisaties’. Als woordvoerder Onderwijs staat Westerveld altijd open voor de signalen uit het onderwijsveld, maar de timing van veel van de onderwijspartijen laat sterk te wensen over.

‘Laatst kreeg ik een mail van een grote scholengemeenschap waarin stond dat ze het niet eens zijn met de verdeling van het onderwijsachterstandenbeleid. Maar de besluitvorming hierover was vorig jaar. Of wat dacht je van organisaties die de avond voor een debat input sturen? Dat gebeurt regelmatig, terwijl ik mijn spreektekst dan al klaar heb’.

Informatiebehoefte
Dat Westerveld open staat voor informatie uit de samenleving, betekent overigens niet dat je haar als lobbyist kan vertellen wat zij moet doen als Kamerlid. Het komt helaas wel eens voor dat bijvoorbeeld een onderwijsbestuurder haar op zo’n directieve manier benadert.

Je zal je als lobbyist dus echt moeten verdiepen in haar informatiebehoefte. ‘Mensen snappen niet altijd wat jij als politicus nodig hebt en dat is logisch natuurlijk. Maar ik kan niet zoveel met organisaties die mij vertellen dat het beleid anders moet, zonder mee te denken over hoe dat dan moet. Of met de roep om geld.’

Maar wat werkt dan wel? ‘Wat ik vooral interessant vind zijn oplossingen voor problemen waar mensen of organisaties tegenaan lopen. En dan oplossingen die ik als Kamerlid kan voorstellen. Je ervan bewust zijn dat Kamerleden geen zeeën van tijd hebben omdat ze vaak veel verschillende portefeuilles hebben en zeker weten dat je bij het juiste adres bent is ook een must voor lobbyisten. ‘Ze staan er niet bij stil hoeveel verzoeken je krijgt, die ook niet altijd voor jou blijken te zijn.’

Vertrouwen
Daarnaast moet de informatie kloppen. ‘Ik heb niets aan een vermoeden, we moeten het echt zeker weten. Niet iedereen weet dat ik vijf portefeuilles heb en maar één medewerker. Wij kunnen met zijn tweeën niet alle informatie die we binnenkrijgen, checken.’ Het draait dus om vertrouwen.

‘Als ik aan de informatie ga twijfelen of het klopt niet, ga ik met zo’n organisatie niets meer doen. Want hoe weet ik dat het de volgende keer wel klopt?’

Ideale lobbyist
De ideale situatie voor Westerveld is wanneer mensen wat ‘losser’ zijn en haar alvast informatie gunnen, voordat het naar buiten gebracht wordt. Bijvoorbeeld een heads up dat de krant binnenkort een artikel aan een bepaald onderwerp wijdt. ‘Dat helpt echt, want we worden vaak overvallen door nieuws, waarvan mensen denken dat je er al een mening over hebt. Het is dan hartstikke fijn als ik van te voren al een inschatting kan maken van wat eraan komt.’

Zo’n relatie heeft Westerveld met Stijn Verbruggen, de lobbyist van Jeugdzorg Nederland. ‘Hij weet wat je als Kamerlid nodig hebt en reageert meteen. Hij zet je verzoek direct uit en attendeert mij ook weleens op interessante stukken’. Voor Westerveld is het prettig om een sparringpartner te hebben in het vakgebied, die af en toe met je meedenkt. ‘Als ik hem bel met een vraag, begrijpt hij dat ik niks heb aan een antwoord van vijf pagina’s. Maar een antwoord dat te laat is, daar kan ik ook niks mee.’

Geluiden van buitenaf
Om er zeker van te zijn dat Westerveld genoeg geluiden hoort, benadert ze zelf ook mensen om even ‘te spiegelen’. Als het gaat om grote besluiten, zoals de lumpsumsystematiek, praat ze met de onderwijswerkgroep binnen GroenLinks en mensen uit het vakgebied.

Het komt ook weleens voor dat ze zelf contact opneemt met mensen die een goed initiatief hebben. Zoals bij de petitie ‘stop het doorverhuizen’ van stichting het Vergeten Kind. ‘Ik las de oproep om het onnodig doorverhuizen van uithuisgeplaatste kinderen te stoppen. Ik heb de stichting toen gevraagd wat ze met de petitie gingen doen. Als zij die aan de Tweede Kamer willen aanbieden, kan ik helpen door het onderwerp op de agenda zetten.’

Belangenverstrengeling
Dit soort gesprekken kan Westerveld verantwoorden, hoewel het natuurlijk oppassen blijft bij lobbyactiviteiten waar een direct belang achter zit. ‘Maar ik vind het echt de verantwoordelijkheid van het Kamerlid om daarvoor te waken.’

Als voorbeeld noemt Westerveld de kaartjes voor een voetbalwedstrijd van de KNVB die Kamerleden wel eens krijgen aangeboden. ‘Voor mij als woordvoerder Sport is het leuk, maar ook nuttig om naar een wedstrijd te gaan en daar mensen te spreken. Het liefst combineer ik zoiets met een inhoudelijk werkbezoek, zoals onlangs met een uitgebreide presentatie van de KNVB over veiligheid in stadions. Dat is leerzaam en nuttig. ‘Het zou misgaan als ik na zo’n wedstrijd in een debat iets voor de KNVB doe. Die grenzen moet je heel duidelijk bewaken: het moet je functioneren niet belemmeren’.

Eerlijke lobby
Het Kamerlid is dan ook groot voorstander van het geschenkenregister. En een lobbyprotocol?

‘Ik vind het helemaal niet gek dat er meer transparantie komt over wie met wie praat. Je zou daar ook helemaal geen geheimen over moeten hebben.’

Tegelijkertijd vindt Westerveld het een dilemma. Zo zou ze het geen probleem vinden om openbaar te maken met wie ze gesproken heeft voor de initiatiefwet die GroenLinks recent schreef. ‘Maar stel je voor, mensen van andere partijen helpen ons. Dan kan ik me voorstellen dat zij liever niet hebben dat dit openbaar wordt. Anders krijg je misschien vragen als ‘die persoon heeft GroenLinks wel geholpen, waarom ons dan niet?’’

Volgens Westerveld gaat het er vooral om dat je jezelf moet kunnen verantwoorden en hier ook voor open moet staan. ‘Vanuit de Kamer en in de lobby moet je gewoon niet proberen dingen weg te moffelen.’

Er blijken genoeg voorbeelden te zijn van hoe het niet moet. Hoe moet het dan wel? Bestaat er volgens Westerveld zoiets als eerlijke lobby? ‘Dat geloof ik zeker. Zolang het voor iedereen duidelijk is welk belang er wordt behartigd, zodat dit belang kan worden afgewogen. Dan heb je wat mij betreft een eerlijke lobby.’