In Blog, Nieuws

Door: Judith van der Vrande

11 procent. Dat is de maximale naamsbekendheid van onze Europese lijsttrekkers bij het grote publiek. Niet verwonderlijk dat er zo weinig te doen is over de verkiezingen voor het Europees Parlement aanstaande donderdag 23 mei.

Toch staat er wat op het spel. Het instituut is verantwoordelijk voor meer dan de helft van de nieuwe Nederlandse wetgeving. Bij veel mensen ligt de stempas echter onderop de stapel administratie en overheerst een gevoel van ’oh ja, dat moet op 23 mei ook nog.’ Frans Timmermans wordt genoemd als lijsttrekker van de VVD en afgezien van hem en Sophie in ‘t Veld komen Europese lijsttrekkers qua bekendheid niet uit boven de 11 procent. In de ogen van het publiek maakt een stem meer of minder geen verschil en ook in de media is het – op de laatste week na – goed zoeken naar berichtgeving rondom de Europese verkiezingen. Moeten verkiezingen niet gaan over de mogelijkheid voor de kiezer om goed geïnformeerd een stem uit te kunnen brengen?   

Wat doen ze daar eigenlijk?
Op 7 mei presenteerden lector Mendeltje van Keulen en journalist Chris Aalberts hun boek ‘Wat doen ze daar eigenlijk? Gesprekken met Nederlandse Europarlementariërs.’ Een boek waarin Europarlementariërs aan het woord komen om te vertellen over hun werkzaamheden, resultaten en de manier waarop ze contact onderhouden met de achterban. Als je kijkt naar hoe de Europese verkiezingen in de media worden gerepresenteerd, kom je weinig te weten. ‘‘Je ziet wel een nieuwsframe van journalisten op bonnetjes affaires, maar geen vragen: goh, hoe heeft u het hier eigenlijk beleefd?’’

Met een opkomstpercentage van 37 procent in 2014 lijken Nederlandse burgers te weinig zicht te hebben op de invloed die ze kunnen hebben in de Europese Unie. Maak ik wel verschil als ik ga stemmen? Dit is volgens Chris niet altijd helder:

‘‘In de ogen van het publiek kun je het dan maar beter niet doen, een cynische conclusie, maar wel vaak hoe de dynamiek werkt.’’

Verkiezingen moeten gaan over het goed geïnformeerd kunnen uitbrengen van je stem. Wat is het verschil tussen partijen? Welke partij sluit aan bij dingen die ik belangrijk vind? Chris stelt voor om Europarlementariërs aan het woord te laten om te vertellen over wat ze graag willen doen.  

Beeldvorming
Hoe komt het dat er zo weinig aandacht voor is in de media en zo weinig interesse komt vanuit het publiek? Veel mensen denken bij Brussel slechts aan langdradige procedures en vooral aan het woord complexiteit. Redacties moeten flink lobbyen om nieuws te mogen maken over Brussel. Het aantal journalisten dat zich bezighoudt met het Europees Parlement is per medium dan ook op één hand te tellen. Vaak houden deze journalisten zich tegelijkertijd bezig met de NAVO en zijn ze daarnaast verantwoordelijk voor het nieuws uit België. Een onmogelijke opgave dus. ‘‘Het gaat erom dat wij iets over Europa zien bij Nieuwsuur’’, stelt Chris. Hoeveel mensen werken er wel niet op de sportafdeling?

‘‘Wij maken sport belangrijk, daardoor vinden we het leuk, Europa kun je ook belangrijk maken.’’

Wat is hierover gezegd in Brussel?
De belangrijkste les uit het boek is volgens Mendeltje het feit dat mensen daadwerkelijk wat te kiezen hebben. ‘‘Je kunt naar je eigen smaak kijken. Wat vind ik belangrijk en wat gaan mensen waar ik op kan stemmen daaraan doen?’’ In hoeverre was een Europarlementariër jouw stem eigenlijk waard als je kijkt naar de resultaten? Dit vergt zoekwerk en is iets wat door de journalistiek niet wordt opgepakt. ‘‘Wat is hierover gezegd in Europa, dat zou de standaardvraag moeten zijn. Je kunt zoveel te weten komen over Brussel, maar dan moet je wel die vraag stellen.’’

Nu het gevoel van verbondenheid tussen politiek en de bevolking zoek is, zijn deze Europese verkiezingen juist interessant. Ondanks de stroperigheid van Brussel ligt er een taak voor journalisten om mensen erover te berichten. Natuurlijk mogen we ons ergeren aan het gebrek aan transparantie en aan de complexiteit van Brussel, maar aangezien zo’n groot deel van de Nederlandse wet uit Europa komt, kunnen we daar als burger of journalist dan niet wat meer aandacht aan besteden? Brussel is een belangrijk punt, laten we ophouden met zeuren over naamsbekendheid en een lage opkomst en het serieus gaan behandelen.