In de aanloop naar de verkiezingen is het doorrekenen van verkiezingsprogramma’s tegenwoordig een vast terugkerend onderdeel. Op het eerste oog klinkt dit positief: onafhankelijke cijfers als instrument om politieke plannen te vergelijken. Toch ligt volgens de makers ‘gaming’ op de loer en neemt de bereidheid tot doorrekenen de laatste jaren af in de politiek. Een blog van Lidwina Owusu Ansah en Teeuwes Middelbrink.

Het Centraal Planbureau (CPB) is een onafhankelijk orgaan dat beleidsvoorstellen keurt op financiële haalbaarheid, een goede manier voor politieke partijen om hun voorstellen te onderbouwen met harde bewijzen. Maar het rekenmodel geeft volgens critici partijen de mogelijkheid tot ‘gaming’. Ze passen hun plannen zo aan dat de uitkomsten positief zijn. Het model van het CPB heeft hiermee indirect veel invloed op die plannen. Dit roept de vraag op: Is het CPB met deze rol echt transparant en onafhankelijk te noemen?

In 1986 hebben de PvdA, het CDA en de VVD het CPB voor het eerst gevraagd om uit te rekenen welke gevolgen de plannen uit hun verkiezingsprogramma’s zouden hebben voor de Nederlandse economie. Het CPB heeft voor deze partijen afzonderlijk hun beleidsvoorstellen doorgerekend en dat is later gezamenlijk gepubliceerd. Door de jaren is het aantal partijen dat gebruik maakt van deze toetsing toegenomen, met als hoogtepunt de verkiezingen van 2017. Toen lieten 11 van de 33 deelnemende partijen hun programma doorrekenen.

De macht van het CPB

Het CPB is de belangrijkste controleur van voorstellen die politieke partijen in het verkiezingsprogramma’s doen.  Zij analyseert de haalbaarheid van deze beleidsvoorstellen en keurt die op basis van de economische effecten die ze met zich mee brengen. Naar aanleiding van deze controle, is het aannemelijk dat burgers de beleidsvoorstellen van politieke partijen op een objectieve manier kunnen vergelijken. Het inzetten van een extern orgaan zoals het CPB heeft mogelijk invloed op het vertrouwen van burgers in de partijprogramma’s van politieke partijen.

Vooral in de verkiezingsperiode is volgens economen de wijze waarop de politiek met de beleidsanalyses omgaan, nogal opmerkelijk. Econoom David Hollanders kaart het volgende aan: “Partijen passen hun programma gedurende dit proces dikwijls aan de CPB-modellen aan, om goed uit de verf te komen.” Het model duwt partijen op die manier in een bepaalde richting. Het aanpassen van plannen aan de hand van de modellen wordt door het CPB ook wel ‘gaming’ genoemd. „En daarmee schept het CPB de werkelijkheid.”  Politieke partijen nemen bijna geen beslissingen zonder dit te bespreken met het CPB. 

De rekenkundige modellen van het CPB hebben hiermee grote invloed op het beleid van politieke partijen. Bovendien dienen  de berekeningen als startdocument bij een kabinetsformatie. Door de monopolie en informatiepositie van het CPB maken experts zich zorgen of de oorspronkelijke doelen wel gehaald worden.

Politieke relevantie

Aan de ander kant zien we het belang van de doorrekeningen afnemen. In de tijden van ‘fake news’ en wantrouwen in instituties neemt de bereidheid van politieke partijen om mee te doen af. Bovendien heeft de keuze van politieke partijen om al dan niet mee te doen aan deze toetsing nauwelijks invloed meer op het stemgedrag van de kiezer. Daarnaast is er intern bij het CPB discussie over de manieren van rekenen en presenteren. Is het macro model wat gebruikt wordt wel betrouwbaar en gaan we niet voorbij aan belangrijke zaken als sociale-impact en milieu-impact? Maakt het eventueel uitbreiden van de berekeningen de rapporten niet te complex? 

Nederland was wereldwijd het eerste land dat verkiezingsprogramma doorrekende en nam daarmee een gidsrol aan. Wij denken dat de ontwikkelingen een negatieve invloed hebben op de politieke relevantie van het programma van het CPB. Hiermee staat de internationale gidsrol en de macht van het CPB onder druk. Hoewel de verkiezingen nog ver weg lijken, is het programma van CPB inmiddels weer opgestart. En omstreden of niet: de veranderingen hebben wel degelijk invloed op politieke en parlementaire processen richting maart 2021. Voor lobbyisten ligt hier dan ook de taak om dit programma de komende tijd goed in de gaten te houden. 

Training

Ook WKPA kijkt vooruit: met behulp van een tijdlijn hebben we in kaart gebracht wat de belangrijkste processen voor politieke partijen, politici en het ambtelijk apparaat zijn tot de installatie van het nieuwe kabinet . Alledrie hebben ze een eigen cyclus, maar die werken wel op elkaar in.

Over deze tijdlijnen en hun onderlinge samenhang organiseert WKPA op dinsdag 10 december de open training ‘Lobbyen richting de Tweede Kamerverkiezingen 2021’. Jouw boodschap in het verkiezingsprogramma? Meld je dan snel aan! Meer informatie over deze training (en de inhouse opties) vind je hier .

Informatie? [email protected]

Groninger gasdebat | Wallaart & Kusse Public Affairs